Uw portefeuillerechten beschermen juist de klant
Momenteel is er grote aandacht voor het onderwerp “portefeuillerechten”. Veel intermediairs maken zich zorgen wat het verbod op provisie per 1 januari 2013 voor gevolgen gaat hebben op hun portefeuillerechten. Van wie is de klant? Een eeuwenoude discussie lijkt hiermee weer te herleven.
Portefeuillerechten beogen twee doelen te beschermen
In de Wet Assurantiebemiddeling waren bepalingen opgenomen die we “portefeuillerechten” noemen. Uitgangspunt hiervan was om de positie van het intermediair én de consument te beschermen ten opzichte van verzekeraars:
- Op de eerste plaats werd daarin de positie van de economisch zwakkere bemiddelaar beschermd ten opzichte van de economisch sterkere aanbieder;
- Op de tweede plaats werd ook de consument beschermd tegen handelingen van verzekeraars die de uitoefening van de vertrouwenspositie door de adviseur zouden kunnen belemmeren.
In de huidige Wft zijn nog altijd de enkele bepalingen opgenomen rond portefeuillerecht:
- In artikel 4:102 is opgenomen dat een verzekering die door inspanning van een bemiddelaar tot stand is gekomen, tot de portefeuille van de bemiddelaar behoort. Hoewel de verzekeringnemer een contract sluit met de aanbieder, behoort de klant tot de portefeuille van de aanbieder. Dit brengt met zich mee dat de aanbieder deze relatie tussen klant en bemiddelaar moet respecteren en bijvoorbeeld geen acties mag ondernemen om de klant te bewegen zijn relatie met de bemiddelaar te beëindigen om bijvoorbeeld uitsluitend nog een relatie met de aanbieder te hebben;
- In artikel 4:103 is opgenomen dat de verzekeraar moet meewerken aan de gehele of gedeeltelijke overdracht van de portefeuille door een bemiddelaar aan een andere bemiddelaar tenzij de aanbieder gegronde bezwaren heeft tegen de persoon van de verkrijgende partij;
- In artikel 4:104 is bepaald dat de bemiddelaar belast is met het incasso van de premies, tenzij tussen aanbieder en bemiddelaar anders is overeengekomen.
Legitiem om naar huidige formulering te kijken
Met de komende wijziging van het verbod van provisie is het logisch dat de discussie weer oplaait of daarmee ook de regelgeving rond portefeuillerechten aangepast moet worden. Voordat we hierover gaan nadenken wil ik eerst nog even benadrukken wat de doelstelling is van de huidige wet- en regelgeving. Dat is het beschermen van de positie van de klant. Dit houdt onder andere in dat klanten gebaat zijn bij een adviseur die op basis van een totaalbeeld adviezen verstrekt. Een adviseur die tijdig aanpassingen in het financiële pakket voorstelt wanneer hij constateert dat de situatie bij de klant is gewijzigd. Het is dus niet in het belang van de klant wanneer zij rechtstreeks van aanbieders adviezen krijgen rond hun contracten daar. Die adviezen kunnen immers in strijd zijn met de adviezen van de adviseur.
Privaatrechtelijk regelen
Als de huidige portefeuillerechten uit de wet worden geschrapt, dan lijkt het logisch dat intermediairs een aantal kwesties privaatrechtelijk gaan regelen om hun klant te beschermen. Het is daarbij volstrekt normaal dat een ondernemer die klanten in contact brengt met een andere ondernemer, afspraken maakt die moeten voorkomen dat de andere ondernemer tracht deze klanten tot eigen klant te maken. Intermediairs zullen hierover dus juridische afspraken gaan maken met aanbieders. In het verlengde daarvan is het ook te verwachten dat adviseurs en klanten bepalen dat de financiële transactie wordt aangegaan onder de voorwaarde dat deze aanbieder de klant niet direct mag benaderen voor cross-sell of deep-sell. Hierbij kan overeengekomen worden dat een directe benadering uitsluitend is toegestaan als de wetgever de aanbieder hiertoe verplicht.
U kunt als intermediairs deze privaatrechtelijke regelingen aangaan met de klant. Helaas betekent dat wel dat u met z’n allen naar aanbieders moet gaan om individuele contracten te overleggen. En niet iedere aanbieder zit daar op te wachten. Laat staan dat ze er op ingaan. Maar laten we eerlijk zijn, consumenten zitten ook niet te wachten op ongewenste telefoontjes tijdens het eten van de verzekeraar waar ze via u een polis hebben lopen.
In het kader van de Goed Heiligman
Het is bijna Sinterklaasfeest. Dus meneer De Jager, bij deze vraag ik u om een mooi wetsartikel waarin u de consument beschermt tegen ongewenste commerciële benaderingsacties van aanbieders. En waarbij u de financieel dienstverlener beschermt in zijn taak als adviseur voor de klant. Kunt u dat artikel op 5 december in onze schoen doen? Dan gaan we als branche toch weer een beetje geloven dat onze goede gedrag beloond wordt!
Annette van de Wetering
