Mag het een onsje meer zijn binnen uw overlijdensrisicoverzekering?
Vroeger ging ik vaak met mijn moeder naar de kaasboer. Er werd dan een grote kaas op de plank gelegd en de kaasboer sneed met een staaldraad een stuk kaas af. Hij legde dit dan op de weegschaal en met een stem vol verbazing vroeg hij dan "mag het een onsje meer zijn?" Natuurlijk vond mijn moeder dat altijd goed. Door de jaren heen moet die kaasboer op die wijze honderden kilo's extra kaas hebben verkocht. Want nooit heb ik hem horen vragen "Mag het een onsje minder zijn"?
Vroeger ging ik vaak met mijn moeder naar de kaasboer. Er werd dan een grote kaas op de plank gelegd en de kaasboer sneed met een staaldraad een stuk kaas af. Hij legde dit dan op de weegschaal en met een stem vol verbazing vroeg hij dan “mag het een onsje meer zijn?” Natuurlijk vond mijn moeder dat altijd goed. Door de jaren heen moet die kaasboer op die wijze honderden kilo’s extra kaas hebben verkocht. Want nooit heb ik hem horen vragen “Mag het een onsje minder zijn”?
Bij het lezen van een aantal bestuurlijke boetes die de AFM heeft opgelegd moest ik aan dit beeld denken. In de boetes ging het om de vraag hoe een financieel dienstverlener in het kader van een hypothecair krediet de verzekerde som van een overlijdensrisico moet vaststellen.
Wat gebeurt er vaak in de praktijk? Een klant koopt een woning van stel € 250.000. Te vaak wordt dan automatisch ook het advies gegeven om een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten van € 250.000. Want zo heeft bij het voortijdig overlijden van een van de partners de andere partner een volledig onbelaste woning. En omdat de premie laag is, wordt het bedrag naar boven afgerond op € 300.000. Onder het motto “het kost bijna niets en het is altijd handig om bij een overlijden wat extra geld achter de hand te hebben”.
Keer op keer straft de AFM dit soort adviezen af. Een overlijdensrisicoverzekering is geen complex product. Maar als deze wordt geadviseerd in combinatie met een krediet, consumptief of hypothecair, dan zijn de wettelijke adviesregels van artikel 4:23 Wft van toepassing. En die wettelijke regels geven u de instructie dat u eerst een goede inventarisatie moet maken van de wensen en behoeften van de klant. Om vervolgens een advies te geven die aansluit bij de vastgestelde wensen en behoeften.
Bij de overlijdensrisicoverzekering moet u als financieel dienstverlener dus eerst vaststellen wat de financiële situatie is van de klant als deze te maken krijgt met een voortijdig overlijden. Daarvoor is inzicht nodig in de toekomstige inkomsten en uitgaven. Maar ook in de bestaande voorzieningen. En moet u een overzicht maken van de aanspraken die elk van de partners kan maken op grond van eventuele nabestaande pensioen en of ANW uitkering. En moeten bestaande overlijdensrisicoverzekeringen in deze analyse worden betrokken. Vervolgens moet u ook kijken naar de vermogenspositie. Alles maar met het doel: achterhalen wat het bedrag is dat de klant nodig heeft bij een vooroverlijden om niet in de financiële problemen te komen.
Is dit bedrag € 235.000 dan is dus het advies om € 235.000 te verzekeren en niet om
€ 240.000 te verzekeren. Maar hoe zit dat dan met dat “appeltje voor de dorst?” En die lekkere lage premie? Een overlijdensrisicoverzekering is geen schadeverzekering. Daar heeft het kiezen voor een te hoog verzekerd bedrag geen zin. De aanbieder niet meer uitkeren dan de schade. Een oververzekering betekent dan dat een deel van de premie weggegooid geld is.. Bij een overlijdensrisicoverzekering ligt dit anders. Vindt er een overlijden plaats dan wordt het totale verzekerde bedrag uitgekeerd. In die zin is er dus geen sprake van weggegooide premie.
Wanneer een klant aangeeft een stukje extra financiële armslag plezierig te vinden bij het onverhoopt overlijden van de partner, dan kan het advies om de ORV op € 275.000 te stellen een passend advies zijn. Het is echter wel van belang dat u de klant eerst klip en klaar uittekent wat u denkt dat hij / zij nodig heeft. En welke extra kosten het extra verzekerde bedrag met zich meeneemt. En dat u dit alles goed vastlegt in een dossier.
Mag het een onsje meer zijn? Ja hoor, dat kan, maar communiceer er wel helder over naar de klant. Over de kosten en de wensen van de klant. En dat u als vakman of –vrouw zich hiermee kan verenigen.
